KEREWIN CONSULT

licht op talent

Nieuws

Inzichten en inspiratie

Kerewin ontwikkelt haar diensten door wetenschappelijk onderbouwde methodieken uit de psychologie te bestuderen. Positieve psychologie is bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron. Lees hier meer over onderzoek, nieuwe inzichten en mensen die ons inspireren.

 

Ja, ik ontvang graag de KEREWIN CONSULT nieuwsbrief

Naam*:
E-mailadres*:
Ik behoor tot de doelgroep:
*Verplicht in te vullen

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 volgende pagina 
Omgaan met kritiek kun je leren
Maandag, 12 april 2021

Omgaan met kritiek kun je leren

Het is nooit leuk om kritiek te krijgen. Maar je hoeft je er niet compleet door uit het veld te laten slaan. De mate waarin het je persoonlijk raakt, hangt voor een groot deel af van je zelfwaardering.

 

Als je negatief over jezelf of je prestaties denkt, kan een simpele opmerking van een vriendin of collega je al uit balans brengen. Kritiek komt vaak onverwacht en kan verschillende gedaanten aannemen. Zo kan een negatieve boodschap verpakt zijn in een zogenaamd grappige opmerking of als steek onder water. Dit soort verkapte kritiek kun je het best proberen te negeren. Tenzij de ander dit vaker doet, want dan zit er kennelijk meer achter. Ga dan het gesprek aan. 

 

Een goede manier om met inhoudelijke kritiek om te gaan, is ‘judo met woorden’. Hierbij is het doel om de tegenstander buiten gevecht te stellen zonder hem te verwonden. Het belangrijkste is om op een rustige, bedachtzame manier te reageren en eerst uit te zoeken waar de kritiek precies over gaat, voordat je samen naar een oplossing zoekt. Dat maakt de kans op een vijandige, ondermijnende sfeer en emotionele wonden een stuk kleiner.

 

Judo met woorden bestaat uit 3 stappen:

 

1. Zorg dat je begrijpt waar de kritiek over gaat

2. Ontwapen de ander

3. Onderhandel over wat nodig is om het probleem op te lossen

 

In Psychologie magazine lees je meer over omgaan met kritiek.

lees verder 
Aftellen helpt bij uitstelgedrag
Dinsdag, 6 april 2021

Aftellen helpt bij uitstelgedrag

De 5-secondenregel word vaak gebruikt bij de opvoeding van kinderen. Het klinkt te simpel om waar te zijn, maar het is ook een uitstekend middel om uitstelgedrag te voorkomen. Kortweg komt het hierop neer: bedenk je iets om te doen, tel dan af van 5 naar 0 en doe het vervolgens. Oftewel: 5-4-3-2-1-doen! De Amerikaanse auteur Mel Robbins schreef er een bestseller over en haar TedX-optreden over het onderwerp is inmiddels al meer dan 26 miljoen keer bekeken.

 

Hoe kan het dat je je brein kunt foppen met zo'n eenvoudig trucje? Ben Tiggelaar verklaarde in NRC: "Een belangrijke eigenschap van de menselijke motivatie is ambivalentie. We willen aan de slag met een klus, maar ook nog even pauzeren. We willen naar bed, maar ook nog even Netflix kijken. (...) Door hardop af te tellen naar nul en in actie te komen, leid je jezelf af van potentieel ondermijnende gedachten en gevoelens.”

 

Het aftellen werkt omdat je jezelf hierdoor geen tijd gunt om excuses of redenen te verzinnen iets uit te stellen of niet te doen. Door het tellen is er geen plek in je hoofd voor het interne ‘ja, maar’ gesprek. Simpel, maar effectief, je voorkomt dat je motivatie alweer is verdwenen voor je bent begonnen.

 

Dit principe werkt niet alleen tijdens het werk, maar bijvoorbeeld ook in de sport. Golfers hebben bijvoorbeeld vaak last van de piekergedachten voordat ze slaan. Piekeren verkrampt je lichaam en het brein. Aftellen van 5 naar 1 leidt de aandacht weg van het piekeren, zodat brein en lichaam met veel meer ontspanning kunnen presteren.

 

Bekijk hier het TedX-filmpje van Mel Robbins.

lees verder 
Emotionele besmetting: gevaar of zegen?
Dinsdag, 30 maart 2021

Emotionele besmetting: gevaar of zegen?

Je staat er misschien niet altijd bij stil, maar emoties van collega's hebben effect op je eigen stemming. Negatieve emotionele besmetting kan daarmee grote problemen opleveren op het werk.

 

De negatieve opstelling van een collega of haatdragende teksten op sociale media hebben invloed op je stemming. Maar ook de intense blijdschap van een vriend of een positief bericht van je manager hebben dat. Je wordt – vaak onbewust – beïnvloed door de emoties van anderen. We noemen dat emotionele besmetting. Het verklaart waarom het inspirerend is om in de buurt van gemotiveerde mensen te zijn en waarom het vermoeiend is als je wordt omgeven door doemdenkers.

 

Sociaal psycholoog Elaine Hatfield doet onderzoek naar dit fenomeen. Volgens haar verloopt het proces van emotionele besmetting in 3 stappen: mimicry, feedback en contagion. Het begint wanneer we spiegelen, automatisch de gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal en stem van anderen nabootsen. Dat gebeurt onbewust. Het is een bouwsteen van de menselijke interactie die helpt om je in te leven in de emoties en gedachten van anderen. Na het nabootsen, vindt de werkelijke ‘besmetting’ plaats. Via fysiologische en neurologische processen kun je daadwerkelijk de emoties van de ander aanvoelen of ervaren.

 

Tijdens het onderzoek plaatste Friedman proefpersonen in een kamer bij iemand die heel gemotiveerd was. Alleen al de nabijheid van die persoon zorgde ervoor dat de proefpersonen beter presteerden en gemotiveerder waren. Toen de deelnemers werden gekoppeld aan een minder gemotiveerd iemand, ervaarden ze juist een afname van hun eigen motivatie en prestaties. Het effect was al na vijf minuten waar te nemen.

 

Recent onderzoek gaat in op de manier waarop we beïnvloed worden door sociale media. Een studie uit 2018 van Tilburg University wijst bijvoorbeeld uit dat de emoties van populaire YouTube-vloggers gemakkelijk worden overgenomen. Ook een grootschalig onderzoek onder Facebook-gebruikers laat zien dat er sprake is van massale emotionele besmetting. Door de nieuws-feeds van de gebruikers te manipuleren kregen sommigen meer positieve berichten te zien en anderen meer negatieve. Na een analyse bleek dat de mensen in de eerste groep zelf veel meer positievere berichten plaatsten. De mensen die minder positieve berichten in hun nieuws-feed voorbij zagen komen, plaatsten negatievere berichten.

 

Deze resultaten laten zien hoe belangrijk het is om bewust(er) te zijn van het effect van emotionele besmetting. Niet alleen in ons privé leven, ook op het werk kan het immers grote gevolgen hebben. Zeker in grotere groepen kan besmetting zorgen voor een rimpeleffect. Eén negatieve collega kan in feite de hele sfeer verpesten. Om nog maar te zwijgen van de invloed van een chagrijnige leidinggevende!

lees verder 
Mensen met autisme zijn ook empathisch
Dinsdag, 23 maart 2021

Mensen met autisme zijn ook empathisch

Het stereotiepe beeld van autisme is verouderd, stelt Ellen de Bruin in een artikel in het NRC. Mensen met deze stoornis worden vaak gezien als contactschuw, zonder empathie en met een bizar talent op één specifiek gebied. Nieuwe inzichten laten zien dat dit beeld niet klopt. De symptomen kunnen zich namelijk op allerlei manieren uiten, benadrukken onderzoekers, behandelaars en mensen met autisme zelf. En dat is ongeveer 1 procent van de bevolking wereldwijd, zon 175.000 Nederlanders.

 

Mensen met autisme kunnen bijvoorbeeld best empathisch zijn en zijn vaak juist heel gevoelig. Steeds vaker krijgen niet alleen jongens met een verstandelijke beperking, maar ook mensen met een normaal IQ, meisjes, vrouwen, volwassenen en ouderen de diagnose. De kijk op autisme is de laatste jaren sterk veranderd. Door onderzoek en doordat mensen met autisme zelf hun verhalen delen. Onder gunstigste omstandigheden hoeft autisme misschien zelfs geen beperking te zijn, wordt nu gedacht. Zeven veranderingen in het beeld dat we van autisme hebben.

 

1. Mensen met autisme voelen vaak niet te weinig, maar te veel

Veel mensen met autisme zijn juist overgevoelig voor prikkels door bijvoorbeeld fel licht, hard geluid, stugge stoffen, kriebelende labeltjes en naadjes in kleren.

 

2. Mensen met autisme kunnen best empathie hebben

Het zou kunnen dat die bijzondere prikkelgevoeligheid het onderliggende mechanisme is voor hun sociale problemen. 

 

3. De diagnose wordt vaker gesteld bij mensen met een normaal IQ

De laatste twintig jaar is er meer oog gekomen voor mensen met autisme met een normale intelligentie. Er wordt niet meer gedacht dat er een sterk verband is tussen autisme en intelligentie.

 

4. De diagnose wordt vaker gesteld bij volwassenen en ouderen

Pas sinds 2000 krijgen ook volwassenen de diagnose autisme. Eén op de drie volwassenen met autisme heeft minstens één misdiagnose gehad.

 

5. De diagnose wordt vaker gesteld bij vrouwen

Vroeger dacht men dat op elke 10 mannen er één vrouw was met autisme, maar de laatste 10 jaar krijgen steeds meer vrouwen de diagnose. Onderzoekers denken nu dat er 3 keer zoveel mannen als vrouwen met autisme zijn. 

 

6. Er is discussie over de vraag of autisme wel een stoornis is

Steeds meer onderzoekers en mensen met autisme zelf noemen het geen stoornis of beperking, maar een ‘variant’, een manier van zijn.

 

7. Mensen met autisme moeten zich juist niet aanpassen

Door de veranderde kijk op autisme zijn ook de ideeën over therapie en begeleiding veranderd. Ze leren nu vooral om zichzelf meer te accepteren: je mág anders zijn, je mág minder belastbaar zijn.

 

Lees het hele artikel hier.

lees verder 
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 volgende pagina 
Nederlands Instituut van Psychologen logo Cedeo logo EMCC Netherlands logo